ECLI:NL:RBROT:2013:CA2952
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens gebrek aan actieve legitimatie onder Belgisch cognossementsrecht
In deze civiele zaak vorderen twee Belgische rechtspersonen, gevestigd te Kortrijk-Aalbeke en Schoten, schadevergoeding van de Nederlandse vervoerder Nile Dutch Africa Line BV op grond van cognossementsvervoer. De kernvraag betrof de actieve legitimatie van de eisers onder Belgisch recht om deze vordering in te stellen.
De rechtbank had aanvankelijk een deskundigenonderzoek bevolen om de toepasselijke Belgische rechtsregels vast te stellen, maar omdat de eisers geen deskundige konden aandragen en de benoemde deskundige geen rapport uitbracht, stelde de rechtbank het Belgische recht ambtshalve vast. Hierbij werd een artikel van prof. dr. [A] uit 2007 betrokken, waarin wordt uiteengezet dat volgens het Belgische Hof van Cassatie alleen de houder van het cognossement een vordering tot schadevergoeding kan instellen, met een beperkte uitzondering voor de verscheper onder strikte voorwaarden.
De eisers erkenden dat deze uitzondering niet op hen van toepassing was en dat zij niet als rechtmatige houders van de cognossementen optraden, maar slechts als ladingbelanghebbenden. De rechtbank concludeerde daarom dat zij niet actief gelegitimeerd zijn onder Belgisch recht om de vordering in te stellen. De vordering werd afgewezen en de eisers werden veroordeeld in de proceskosten van Nile Dutch.
Uitkomst: De vordering van de Belgische rechtspersonen wordt afgewezen wegens gebrek aan actieve legitimatie onder Belgisch recht.