ECLI:NL:RBROT:2013:CA2954
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg borgstellingen met beperkte duur in kredietovereenkomst ABN AMRO en aansprakelijkheid na afloop
ABN AMRO heeft een kredietovereenkomst gesloten met [X], waarbij [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zich borg stelden voor elk €25.000,- met een geldigheidsduur tot 1 juli 2011. Na het faillissement van [X] en het opeisbaar worden van de vordering, heeft ABN AMRO de borgstellingen ingeroepen voor betaling van de openstaande schuld.
Gedaagden voerden aan dat de borgstellingen per 1 juli 2011 waren geëindigd en dat ABN AMRO geen aanspraak meer kon maken op betaling. De rechtbank stelde vast dat de borgstellingen inderdaad van beperkte duur waren en dat de intentie was het verhoogde krediet binnen twee jaar af te lossen. ABN AMRO kon onvoldoende feiten aanvoeren die deze uitleg weerspraken.
De rechtbank oordeelde dat artikel 14 van Pro de borgstellingen, dat aansprakelijkheid na beëindiging regelt, niet prevaleert boven de specifieke bedoeling van partijen, omdat dit artikel niet bij de onderhandelingen aan de orde was gekomen. De vorderingen van ABN AMRO werden daarom afgewezen. ABN AMRO werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van ABN AMRO worden afgewezen omdat de borgstellingen per 1 juli 2011 zijn geëindigd.