ECLI:NL:RBROT:2013:CA3240
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bewaring urn met as van vermoorde vrouw ten behoeve van minderjarige kinderen
De rechtbank Rotterdam behandelde een geschil tussen de moeder van een vermoorde vrouw en haar echtgenoot, die voor de moord veroordeeld is, over de afgifte van de urn met de as van de vrouw.
De moeder vorderde de afgifte van de urn om de as volgens haar Hindoestaanse stroming te verstrooien, terwijl de echtgenoot wilde dat de urn bewaard bleef tot de minderjarige kinderen meerderjarig zijn en gezamenlijk over de urn kunnen beschikken. Een bijzonder curator werd benoemd om de belangen van de minderjarige kinderen te behartigen.
De rechtbank oordeelde dat de weigering van de echtgenoot om de urn af te geven niet onrechtmatig is, mede omdat de kinderen en de vrouw tot een andere Hindoeïstische stroming behoorden dan de moeder en het niet aannemelijk was dat de moeder’s wens overeenkwam met die van de vrouw.
De rechtbank achtte het in het belang van de kinderen dat de urn wordt bewaard tot het jongste kind 18 jaar is, om conflicten en loyaliteitsproblemen te voorkomen. De kosten van bewaring worden gedragen door de echtgenoot. De vordering van de moeder werd afgewezen, die van de echtgenoot toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de moeder af en bepaalt dat de urn wordt bewaard ten behoeve van de minderjarige kinderen tot zij meerderjarig zijn.