Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[gedaagde],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 12 maart 2014,
- de door [eiser] ten behoeve van de comparitie toegezonden nadere producties 15 tot en met 18,
- het proces-verbaal van comparitie van 16 juni 2014 en de daaraan gehechte aantekeningen ten behoeve van de comparitie van de raadslieden van beide zijden.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Ik moet daarbij zeggen dat ik er zelf van overtuigd was dat het contract afliep en dat ik eruit moest. Ik vroeg dus aan [gedaagde] om daarin tussen mij en de familie [eiser] te bemiddelen. Dat hield in dat hij contact zocht met de familie [eiser] en voor mij onderzocht of zij bereid waren om het pand aan mij te verkopen.”) aannemelijk, dat hij in ieder geval aan [gedaagde] niet de open vraag heeft voorgelegd wat hij moest doen nu de huurovereenkomst was opgezegd, maar veeleer de insteek koos dat zijn probleem kon worden opgelost door het gehuurde te kopen.
- over 2009 € 10.000,00
- over 2010 € 10.140,00
- over 2011 € 10.221,12
- over 2012 € 10.456,21
- over 1/1/2013 t/m 31/5/2013
(...)
Non assurance. Overleg inzake pensioenen. Overleg en correspondentie inzake huurovereenkomst’ respectievelijk ‘
Non assurance. Bespreking en correspondentie inzake huur’ doen vermoeden dat in ieder geval de eerste factuur ook op andere werkzaamheden dan de huurkwestie ziet. Aannemelijk is dat het aantal uren dat door [gedaagde] en [betrokkene2] aan de kwestie zal zijn besteed, gelet op de uit de stukken blijkende omvang van hun werkzaamheden, de factuurbedragen niet volledig verklaren. De rechtbank acht echter niet waarschijnlijk dat in de facturen voor deze kwestie slechts € 900 voor uren van [gedaagde] is berekend. Aannemelijk is dat ook uren van [betrokkene2] zullen zijn gefactureerd. Het ontbreken van toetsbare specificaties of urenstaten komt voor rekening van Deloitte.