Eiser ontvangt sinds 1 mei 2011 een WW-uitkering en meldde op 14 mei 2012 dat hij vanaf 21 mei 2012 voor 38 uur per week ging werken. Verweerder constateerde dat eiser regelmatig meer dan 38 uur werkte zonder dit door te geven en legde een boete van €1.855,25 op.
Eiser erkende de meeruren en betaalde de terugvordering, maar betwistte de boete. De rechtbank stelde vast dat eiser vier weken onbetaald verlof had opgenomen en dat hij in de omliggende weken gemiddeld enkele uren meer werkte. De rechtbank oordeelde dat het niet tijdig doorgeven van deze meeruren niet verwijtbaar was, mede omdat de uitkering op voorschotbasis werd betaald en achteraf verrekening plaatsvindt.
Daarnaast kon verweerder geen toekenningsbesluit overleggen waarin eiser uitdrukkelijk op zijn inlichtingenplicht werd gewezen. Daarom werd het beroep van eiser gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder moet het betaalde griffierecht aan eiser vergoeden.