Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[verzoeker], te Zwijndrecht, verzoeker,
.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het CBR om zijn rijbewijs ongeldig te verklaren vanwege een diagnose van cannabismisbruik. Het CBR baseerde dit op een rapport van psychiater Hanoeman, waarin werd gesteld dat verzoeker wekelijks drie tot vijf joints rookte. Verzoeker betwist deze diagnose en stelt dat hij sinds januari 2014 geen cannabis meer gebruikt en nooit heeft gereden na gebruik.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat het onderzoeksrapport onvoldoende concludent is, omdat niet is toegelicht dat het genoemde gebruik als misbruik moet worden aangemerkt. Er zijn geen bijkomende feiten die de diagnose ondersteunen, en de behandelend psychiater van verzoeker ontkent de diagnose drugsmisbruik in het medisch dossier.
Gezien het onvoldoende bewijs voor verkeersgevaar en het spoedeisend belang van verzoeker om zijn rijbewijs te gebruiken voor sollicitaties, wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Het rijbewijs wordt tijdelijk geldig verklaard tot zes weken na de uitspraak in beroep. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het rijbewijs van verzoeker wordt tijdelijk geldig verklaard tot zes weken na de uitspraak in beroep.