In deze civiele zaak vordert de gedaagde dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart vanwege een mediationclausule in het tussen partijen gesloten echtscheidingsconvenant. Volgens deze clausule dienen partijen eerst te trachten hun geschil in onderling overleg op te lossen, vervolgens een mediator in te schakelen, en pas daarna eventueel een advocaat te raadplegen.
De rechtbank oordeelt dat deze mediationclausule niet gelijkgesteld kan worden met een arbitraal beding of een bindend adviesbeding, omdat mediation vrijwillig is en geen bindende beslissing oplegt. Het ontbreken van bereidheid tot mediation door eiseres rechtvaardigt niet dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart.
Daarom wordt de incidentele vordering van gedaagde afgewezen en wordt hij veroordeeld in de proceskosten van het incident. De zaak wordt op 17 december 2014 opnieuw op de rol gezet voor beraad over het bepalen van een comparitie.