Eiseres nam op 12 april 2013 € 5.000,00 contant op bij het ING-filiaal aan het Binnenhof in Rotterdam. Na de opname werd zij voor haar huis beroofd van dit bedrag. Zij stelde dat ING onrechtmatig handelde door het geld openlijk aan de balie uit te tellen zonder een aparte ruimte aan te bieden, waardoor het risico op beroving werd vergroot.
ING betwistte zowel de beroving als haar aansprakelijkheid. De rechtbank ging er voor de beoordeling vanuit dat de beroving had plaatsgevonden, maar oordeelde dat ING niet onrechtmatig had gehandeld. Daarbij werd meegewogen dat het inherent is aan een bankfiliaal dat klanten contant geld opnemen, dat eiseres voldoende oplettendheid had betracht, en dat aanvullende maatregelen van ING niet waarschijnlijk hadden voorkomen dat de beroving plaatsvond.
Verder speelde mee dat eiseres meerdere malen met het geld over straat ging en de criminelen meerdere kansen bood. De rechtbank concludeerde dat ING niet aansprakelijk is voor de schade en wees de vordering af. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten, terwijl de nakosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.