Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2014:10798

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 november 2014
Publicatiedatum
4 februari 2015
Zaaknummer
C/10/460960 / FT EA 14/2417
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FaillissementswetArt. 285 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens bestuurdersaansprakelijkheid echtgenoot

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege haar schuldenlast van €83.088,21. De rechtbank stelde vast dat verzoekster gehuwd is in gemeenschap van goederen en dat de schuld uitsluitend betrekking heeft op een veroordeling van haar echtgenoot uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid in verband met zijn failliete onderneming.

Tijdens de zitting bleek dat verzoekster geen bestuurlijke betrokkenheid had bij de onderneming en niet door de curator aansprakelijk was gesteld. De rechtbank oordeelde dat verzoekster daardoor niet als mede-schuldenaar van de schuld kan worden beschouwd.

Gezien het feit dat verzoekster niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 284, eerste lid, van de Faillissementswet, werd het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen. De uitspraak werd gedaan op 7 november 2014 door rechter A.M. van Kalmthout.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat de schuld uitsluitend aan de echtgenoot toerekenbaar is.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
nummer verklaring:[nummer]
uitspraakdatum: 7 november 2014
[naam],
[adres]
[woonplaats]
verzoekster.

1.De procedure

Verzoekster heeft op 6 oktober 2014 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoekster is, in het bijzijn van haar partner,
de heer [naam partner] (met rekestnummer [nummer]), gehoord ter terechtzitting van 31 oktober 2014. De uitspraak is bepaald op heden.

2.De feiten

Verzoekster is gehuwd in gemeenschap van goederen. Het inkomen van verzoekster bestaat uit loon uit dienstbetrekking. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring op grond van artikel 285 van Pro de Faillissementswet € 83.088,21.

3.De beoordeling

Toepassing van de schuldsaneringsregeling kan op grond van artikel 284, eerste lid, van de Faillissementswet worden verzocht door de schuldenares indien redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden of indien zij in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
Op de schuldenlijst d.d. 1 oktober 2014 staat slechts één schuld, te weten een schuld aan
[naam advocatenkantoor] ad. € 83.088,21, ontstaan in 2013. Ter terechtzitting is gebleken dat deze schuld betrekking heeft op een veroordeling van[naam partner] uit hoofde van bestuursaansprakelijkheid, in verband met op 30 maart 2010 gefailleerde onderneming, [naam vennootschap], waarvan [naam partner] statutair bestuurder was. Niet gebleken is dat verzoekster enige (bestuurlijke) bemoeienis heeft gehad met [naam vennootschap]. Zij is ook niet door de curator aangesproken uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid. Verzoekster kan daarom naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als (mede) schuldenaar van deze schuld. Dit leidt ertoe dat niet is gebleken dat ten aanzien van verzoekster sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 284, eerste lid, van de Faillissementswet.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt daarom afgewezen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout, rechter, en in aanwezigheid van
J.A. van Aanholt, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 november 2014. [1]