Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[verdachte],
:
van4.718,40 euro, hebbende verdachte en zijn mededaders toen aldaar met vorenomschreven oogmerk zakelijk weergegeven - listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid
zijnde die anderdegene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers en/of de inhoud daarvan, opzettelijk deze in valse vorm voor dit doel ter beschikking heeft gesteld, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, immers heeft hij, toen en daar, (in het kader van een boekenonderzoek) telkens (een kopie van) geschriften, te weten:
,terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven;
diegeschriften fictieve bedragen aan loon en/of reisaftrek en/of kosten terzake persoonsgebonden aftrek opgegeven zulks telkens met het oogmerk om voornoemde geschriften als echt en onvervalst te gebruiken
- de verdachte heeft samen met [slachtoffer] op 6 februari 2013 een verzekering afgesloten op het leven van [slachtoffer], waarbij (na een wijziging) [bedrijf 1] – het bedrijf van de verdachte – is aangewezen als de begunstigde;
- de verdachte heeft op 3 februari 2013 via Google op internet gezocht met de zoektermen ‘moord + om + levensverzekering’;
- de verdachte heeft een week voor de dood van [slachtoffer] aan de verzekeringstussenpersoon gevraagd wat de dekking was als [slachtoffer] zou komen te overlijden;
- na het overlijden van [slachtoffer] heeft de verdachte de verzekeringstussenpersoon gevraagd om uitbetaling;
- [verzekeringsmaatschappij 1] heeft vooralsnog niet uitgekeerd.
medeplegen van moord;
medeplegen van opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven;
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.
- [verzekeringsmaatschappij 1], [adres2], ter zake van de onder 7, 8 en 9 tenlastegelegde feiten;
- [slachtoffer] (de dochter van het slachtoffer [slachtoffer]), [adres 3], ter zake van het onder 2 primair tenlastegelegde feit.
gevangenisstrafvoor de duur van
20 (twintig) jaar, beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
wijst de vordering van de benadeelde partij [verzekeringsmaatschappij 1],domicilie kiezende te [adres 2], toe tot een bedrag van
€ 12.854,02en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan deze benadeelde partij te betalen;
wijst de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 18],wonende te [adres 3], toe tot een bedrag van
€7.110,60 en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader betaalt de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [betrokkene 18] te betalen
€ 7.110,60; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van
€ 7.110,60vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
65 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;
Bijlage I bij vonnis van 28 mei 2014:
rechtbank: er is kennelijk een stuk tekst in de tenlastelegging weggevallen]
- verklaard dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) op 2 januari 2013 in zijn, verdachte's, woning is overvallen door drie grote mannen en/of
- verklaard dat hij door de mannen op zijn hoofd is geslagen en/of dat hij door hen met ducktape aan handen en benen is vastgebonden en/of
,