Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 24 oktober 2012
- het proces-verbaal van comparitie van 12 maart 2013
- de akte van OSFI
- de antwoordakte van Offshore c.s.
- de akte uitlating producties van OSFI.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dat [Y] met zijn bedrijf grote transacties verricht, die op enige wijze tot periodieke betalingen (dividend) moeten leiden aan [Y];
- dat [Y] minst genomen aanspraak kan maken op een redelijke vergoeding voor zijn werkzaamheden op de voet van artikel 479a Rv;
- dat [Y] de aandelen in [gedaagde 2] en in OOC heeft ingebracht in de STAK, en dat de STAK daarvoor op enigerlei wijze een tegenprestatie verschuldigd moet zijn.
- de schade in verband met de onrechtmatige frustratie van de verhaalsmogelijkheden van OSFI;
- de betaling van dividend over 2011;
- het gedeelte van het bedrag van € 155.322 dat (al dan niet met inachtneming van de artikelen 475a lid 2 en 475d Rv) tot nu toe onder het door OSFI gelegde beslag valt.