Eiseres kreeg een boete van €600 opgelegd wegens het niet instellen van een rookverbod in haar café, dat volgens de Drank- en Horecawetvergunning een vloeroppervlak van 71 m² had. Eiseres stelde dat het werkelijke oppervlak 63 m² bedroeg en dat zij de vergunning inmiddels had laten aanpassen.
De rechtbank oordeelde dat het vermelde vloeroppervlak in de vergunning een weerlegbaar bewijsvermoeden inhoudt. Omdat eiseres aannemelijk had gemaakt dat het café minder dan 70 m² groot was, was er geen sprake van een overtreding van het rookverbod.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van €1.461,-. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.