Eiseres verzocht de minister van Economische Zaken (EZ) handhavend op te treden tegen etiketteringsvoorschriften van een concurrent, maar de rechtbank verklaarde zich onbevoegd omdat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bevoegd is voor handhaving Warenwet. De minister van VWS legde een boete op en weigerde herstelsancties.
Eiseres stelde beroep in wegens niet tijdig beslissen door beide ministers. De rechtbank oordeelde dat het verzoek aan de minister van EZ geen aanvraag was en verklaarde zich onbevoegd. Het beroep tegen niet tijdig beslissen door minister van VWS werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister inmiddels beslissingen had genomen.
De rechtbank verwees het beroep tegen de boetebesluiten terug naar de minister van VWS voor heroverweging, mede omdat de concurrent bezwaar wilde maken. De rechtbank bepaalde tevens dat de minister van EZ het betaalde griffierecht aan eiseres vergoedt.
De uitspraak benadrukt de bevoegdheidsverdeling tussen ministers bij handhaving Warenwet en de toepassing van dwangsommen bij niet tijdig beslissen.