Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- [verzoekster], verzoekster;
- [naam], werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna te noemen schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft in 2009 een minnelijke schuldregeling getroffen met haar schuldeisers, waaronder ING Bank, waarbij een prognosevoorstel van 8,51% werd aangeboden. Na een derde heronderzoek werd een uitkeringspercentage van 3,76% daadwerkelijk betaald. ING Bank gaf echter aan niet akkoord te gaan met het lagere bedrag en weigerde finale kwijting te verlenen.
Verzoekster diende vervolgens een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om ING Bank te bevelen mee te werken aan de schuldregeling. ING stelde dat het oorspronkelijke voorstel onjuist was en dat zij zich niet gebonden achtte aan de onzorgvuldige prognose.
De rechtbank stelde vast dat de minnelijke regeling was afgerond en dat ING Bank al in december 2009 akkoord was gegaan met het aanbod. Daarom kon ING niet gedwongen worden tot medewerking aan de schuldregeling. Ook het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen omdat niet was komen vast te staan dat verzoekster was opgehouden met betalen.
De rechtbank wees het verzoek tot gedwongen schuldregeling en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Verzoek tot gedwongen schuldregeling en toepassing schuldsaneringsregeling worden afgewezen omdat minnelijke regeling is afgerond en schuldeiser akkoord is gegaan.