Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 maart 2014 in de zaak tussen
[eiseres], te Krimpen aan den IJssel, eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres ontving vanaf 23 januari 2006 een WIA-uitkering, die vanaf januari 2007 werd gekort vanwege haar inkomsten uit arbeid. Na inzage in haar inkomsten over de periode van september 2010 tot april 2013 stelde verweerder vast dat de uitkering te hoog was vastgesteld over de periode februari 2011 tot april 2013. Hierdoor werd een bedrag van €1.733,50 teruggevorderd bij besluit van 8 mei 2013.
Eiseres maakte bezwaar tegen dit terugvorderingsbesluit, dat gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond werd verklaard. Zij stelde beroep in bij de rechtbank, maar verscheen niet bij de zitting. De rechtbank stelde vast dat het herzieningsbesluit van 7 mei 2013 rechtsgeldig is en niet is bestreden, waardoor het in rechte vaststaat.
De rechtbank oordeelde dat de gronden van beroep feitelijk zien op het herzieningsbesluit en dat het primaire besluit slechts een herhaling daarvan is zonder zelfstandig rechtsgevolg. Omdat eiseres geen beroepsgronden tegen de terugvordering zelf heeft aangevoerd, werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van te veel ontvangen WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.