Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[verzoekster 1] B.V., te [woonplaats], verzoekster 1,
[verzoekster 2] B.V., te [woonplaats], verzoekster 2,
Rechtbank Rotterdam
Verzoeksters hebben de Autoriteit Financiële Markten (AFM) verzocht om het boetebesluit van 8 april 2010, de samenvatting daarvan en alle verwijzingen van haar website te verwijderen en een rectificatie te plaatsen waarin wordt erkend dat de boete onterecht is opgelegd. AFM heeft daarop het boetebesluit en de mededeling van haar website verwijderd en een aangepaste tekst geplaatst.
Verzoeksters dienden vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening in omdat zij vonden dat de nieuwe tekst onvoldoende was en dat er nog indirecte verwijzingen naar het boetebesluit via cache-opties op de website aanwezig waren. De voorzieningenrechter oordeelde dat het boetebesluit en de verwijzingen daarvan inmiddels van de website waren verwijderd en dat er geen aanleiding was te veronderstellen dat AFM deze opnieuw zou plaatsen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat er geen spoedeisend belang was bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Bovendien faalde het betoog van AFM dat de voorzieningenrechter niet bevoegd zou zijn om kennis te nemen van het verzoek. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen AFM tot verwijdering van het boetebesluit en plaatsing van een rectificatie wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.