Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 31 juli 2013
- het proces-verbaal van comparitie van 5 november 2013
- de akte van [gedaagde]
- de antwoordakte van [eiseres].
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
1729]
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure vordert een buitenlandse rechtspersoon ([eiseres]) schadevergoeding van haar accountant ([gedaagde]) wegens fouten in de loonadministratie. De rechtbank beoordeelt of er causaal verband bestaat tussen de tekortkomingen van de accountant en de door [eiseres] gestelde schade.
De rechtbank stelt vast dat de accountant tekortgeschoten is door [eiseres] niet te informeren over het recht van werknemers op betaalde vakantiedagen vanaf 14 december 2005. Dit leidde ertoe dat [eiseres] de extra kosten pas vanaf 1 oktober 2007 kon doorberekenen aan haar opdrachtgevers, waardoor zij schade leed. Daarnaast is geoordeeld dat de accountant onterecht de heffingskorting toepaste op werknemers die niet verplicht verzekerd waren in Nederland, wat eveneens een toerekenbare tekortkoming vormt.
De rechtbank oordeelt dat causaal verband bestaat tussen deze tekortkomingen en de schade van [eiseres]. De hoogte van de schade wordt verwezen naar een schadestaatprocedure, omdat partijen nog in onderling overleg moeten treden en nadere onderbouwing vereist is. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten. De vordering tot verklaring voor recht wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De accountant wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens tekortkomingen in de loonadministratie, met schade vast te stellen bij staat.