ECLI:NL:RBROT:2014:1926
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over gedwongen aandelenovername tussen aandeelhouders van een BV
De zaak betreft een geschil tussen twee aandeelhouders van een besloten vennootschap ([Bedrijf 1]) die elk 50% van de aandelen bezitten. [eiseres] vordert dat [gedaagde] haar aandelen overneemt op grond van artikel 2:343 BW Pro, stellende dat voortzetting van het aandeelhouderschap voor haar onredelijk is vanwege gedragingen van [gedaagde].
[gedaagde] verzet zich tegen deze vordering en vordert in reconventie de overname van de aandelen van [eiseres] op grond van artikel 2:336 BW Pro, stellende dat [eiseres] de belangen van de vennootschap schaadt. De rechtbank constateert dat geen sprake is van een benarde positie van [eiseres] en dat partijen bereid zijn tot overdracht mits een deskundige de prijs vaststelt.
De rechtbank wijst de vordering van [eiseres] af, houdt de beslissing aan en verwijst naar een executieprocedure waarin beslag is gelegd op de aandelen. Partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over de stand van zaken na afronding van die procedure. De zaak wordt verwezen naar een pro forma zitting op 1 oktober 2014.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot gedwongen aandelenovername af en houdt de beslissing aan tot afronding van de executieprocedure.