ECLI:NL:RBROT:2014:1952
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Weigering verhoor dementerende getuige in strafzaak poging tot doodslag
In deze strafzaak tegen de verdachte wegens poging tot doodslag en mishandeling van zijn vader heeft de verdachte verzocht om zijn moeder als getuige te horen, aangezien zij ooggetuige was van het incident. De rechter-commissaris wees dit verzoek aanvankelijk toe, maar herzag dit na ontvangst van verklaringen waaruit bleek dat de moeder in forse mate dementerend is en daardoor niet in staat zou zijn een zinvolle verklaring af te leggen.
De verdachte maakte bezwaar tegen deze weigering en stelde dat het horen van zijn moeder in een vertrouwde omgeving alsnog mogelijk moest zijn. De officier van justitie en de rechter-commissaris oordeelden echter dat haar dementie een belemmering vormt en dat zij bovendien onvoldoende begrip heeft van het verschoningsrecht dat haar toekomt, wat essentieel is omdat haar verklaring belastend kan zijn voor haar zoon en man.
De rechtbank toetste de redelijkheid van de beslissing van de rechter-commissaris en concludeerde dat er ernstige twijfel bestaat over het vermogen van de getuige om een zinvolle verklaring te geven en het verschoningsrecht te begrijpen. Ook het risico van een onevenredig bezwarend verhoor, zelfs in een vertrouwde omgeving, speelde mee. Gezien deze omstandigheden verklaarde de rechtbank het bezwaar ongegrond en handhaafde de weigering om de getuige te horen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de weigering om de dementerende moeder als getuige te horen wordt ongegrond verklaard.