ECLI:NL:RBROT:2014:2139
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.G.L. de Vette
- J.D.M. Nouwen
- J.M.M. Bancken
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wwb-uitkering na intrekking wegens gezamenlijke huishouding
Eiseres vroeg bijstand aan met ingang van 1 februari 2013, maar haar aanvraag werd afgewezen omdat zij haar inlichtingenplicht niet voldoende was nagekomen en was vastgesteld dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met belanghebbende op hetzelfde adres. De aanvraag werd gezien als een herhaalde aanvraag waarvoor eiseres nieuwe feiten of veranderde omstandigheden moest aantonen, maar daarin slaagde zij niet.
De rechtbank overwoog dat als een betrokkene volhoudt dat geen gezamenlijke huishouding bestaat, volstaan kan worden met een onderbouwde stelling dat de vermeende partner op een ander adres woont. Verweerder voerde een huisbezoek uit waaruit bleek dat belanghebbende nog steeds zijn hoofdverblijf had in de woning van eiseres, onder meer door het aantreffen van persoonlijke eigendommen.
De rechtbank oordeelde dat de bevindingen van het huisbezoek wel degelijk mochten worden meegenomen en dat geen sprake was van gewijzigde omstandigheden. Daarom was de afwijzing van de uitkering terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de Wwb-uitkering wegens gezamenlijke huishouding.