Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
mr. A.A. Kalk, mr. J.B. Wijnholt en mr. R. in het Veld, rechters in de rechtbank Rotterdam, afdeling publiekrecht, hierna gezamenlijk aangeduid als de rechters.
Rechtbank Rotterdam
In deze strafzaak dienden verzoekers een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de rechtbank Rotterdam nadat hun verzoeken tot nader onderzoek en het horen van aanvullende getuigen waren afgewezen. De verzoekers stelden dat de rechters zich reeds een oordeel hadden gevormd over feiten en rechtsvragen die pas bij de eindbeslissing aan de orde zouden moeten komen, waardoor sprake zou zijn van vooringenomenheid.
De rechtbank heeft het dossier en de processtukken bestudeerd, waaronder de proces-verbalen van politie en verklaringen van getuigen. De rechters hadden hun beslissing gebaseerd op een afweging van het reeds verrichte onderzoek en de inhoud van de stukken, zonder dat zij onredelijk of onbegrijpelijk hadden gehandeld. Een afwijzing van een verzoek tot nader onderzoek is een procesbeslissing die rechters moeten kunnen nemen om de procedure voortgang te laten vinden.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een zodanige onbegrijpelijke beslissing dat deze alleen door vooringenomenheid kon worden verklaard. Ook was er geen aanwijzing dat de rechters zich al een oordeel hadden gevormd over de feiten of rechtsvragen die bij de eindbeslissing aan de orde komen. De wrakingsverzoeken werden daarom afgewezen.
De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam op 19 februari 2014, waarbij de rechters A.N. van Zelm van Eldik, M. Fiege en O.E.M. Leinarts betrokken waren.
Uitkomst: Wrakingsverzoeken worden afgewezen wegens ontbreken van vooringenomenheid of onpartijdigheid van de rechters.