ECLI:NL:RBROT:2014:2324
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek werknemersorganisatie tot handhaving WML en Wav wegens gebrek aan belanghebbendheid
Een werknemersorganisatie verzocht de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om bestuurlijke boetes op te leggen aan twee bedrijven wegens illegale tewerkstelling van buitenlandse zeevarenden aan boord van Nederlandse zeeschepen. De minister besloot geen boetes op te leggen, waarna de organisatie bezwaar maakte en een voorlopige voorziening verzocht.
De voorzieningenrechter onderzocht of de organisatie als belanghebbende kon worden aangemerkt in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij werd gekeken naar het rechtstreeks betrokken belang van haar leden en het algemene belang dat de organisatie behartigt. Hoewel de organisatie zich inzet voor de belangen van zeevarenden en het voorkomen van illegale tewerkstelling, zijn haar doelstellingen te ruim en haar leden niet werkzaam op de betrokken schepen.
De rechtbank oordeelde dat het collectieve belang van de leden te ver verwijderd is en onvoldoende onderscheidend ten opzichte van andere betrokken partijen in de maritieme sector. Ook het algemene belang dat de organisatie nastreeft is niet in die mate rechtstreeks dat zij als belanghebbende kan worden aangemerkt.
Daarom kan het verzoek om handhaving niet worden beschouwd als een aanvraag om een besluit te nemen en zijn de bestreden besluiten geen afwijzing daarvan. De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de werknemersorganisatie geen belanghebbende is bij de bestreden besluiten.