ECLI:NL:RBROT:2014:2331
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging terbeschikkingstelling wegens ontbreken stoornis en recidivegevaar
De ter beschikking gestelde is ter beschikking gesteld met dwangverpleging wegens doodslag. Na eerdere verlenging is de maatregel door het hof met voorwaarden voorwaardelijk beëindigd. De officier van justitie verzocht verlenging, gesteund op een advies van de kliniek die een ernstige persoonlijkheidsstoornis met narcistische kenmerken constateerde en een groot recidiverisico inschatte.
Psycholoog Oudejans en het Pieter Baan Centrum rapporteerden echter dat er geen aanwijzingen zijn voor een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens en dat het recidivegevaar laag is. De rechtbank volgt deze deskundigen en oordeelt dat niet langer aan de wettelijke vereisten voor verlenging wordt voldaan.
De rechtbank overweegt dat de wettelijke bepaling die beëindiging van de terbeschikkingstelling pas toestaat na minimaal een jaar voorwaardelijke beëindiging niet van toepassing is in deze situatie, omdat er geen sprake is van een contraire beëindiging. Verder acht de rechtbank een verdere verlenging in strijd met het recht op vrijheid van verplaatsing zoals beschermd in het Vierde Protocol EVRM.
De rechtbank wijst de vordering tot verlenging af en laat het verzoek tot aanhouding van de behandeling eveneens afwijzen. De ter beschikking gestelde mag emigreren naar Suriname, ondanks de voorwaarden die het hof had gesteld, omdat deze voorwaarden een disproportionele beperking vormen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af wegens ontbreken van stoornis en recidivegevaar.