De voetbalvereniging [eiseres] huurt sinds 1972 een sportcomplex van de gemeente. De huurovereenkomst uit 1982 bepaalt dat de huurprijs jaarlijks per 1 september wordt verhoogd met het prijsindexcijfer van het CBS. De gemeente voerde een sterke huurverhoging door, gebaseerd op een tarievennota, die de vereniging betwistte.
De kantonrechter stelde vast dat partijen geen nieuwe huurvoorwaarden zijn overeengekomen en dat de huurovereenkomst onverkort van kracht is. De gemeente mocht daarom slechts indexeren en niet eenzijdig de huurprijs met 62% verhogen. Het beroep van de gemeente op onvoorziene omstandigheden werd verworpen omdat de economische situatie geen grond bood om af te wijken van de overeenkomst.
De vordering van de vereniging tot beperking van de huurverhoging tot indexering werd toegewezen. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten. De vordering tot terugbetaling van huur voor het kunstgrasveld werd afgewezen wegens gebrek aan grondslag. De gemeente mocht ook niet afdwingen dat de vereniging nieuwe huurvoorwaarden accepteert.
Deze uitspraak bevestigt het belang van contractuele afspraken en de terughoudendheid van de rechter bij het wijzigen van huurovereenkomsten op grond van beleidswijzigingen of financiële omstandigheden van de overheid.