Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
mr. C.H. Kemp-Randewijk, kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, afdeling privaatrecht (nader te noemen: de rechter).
1.Het procesverloop en de processtukken
2.Het verzoek en het verweer daartegen
Ik vind het niet nodig dat u samen belastingaangifte doet”. De rechter wil het fiscaal partnerschap van de heer [naam partner] en verzoekster dan ook verbreken; dat is in strijd met de wet op de loonbelasting. De reden hiervoor is dat de bewindvoerder van de heer [naam partner] de samenleving van de heer [naam partner] en verzoekster niet wil erkennen en hen – terwijl dit niet tot zijn wettelijke bevoegdheden behoort – financieel wil scheiden. In zijn arrest van 15 december 2010 heeft het gerechtshof Den Haag echter geoordeeld dat de relatie van de heer [naam partner] en verzoekster vergelijkbaar is met een relatie tussen echtgenoten. Nu de rechter de vermogensrechtelijke belangen van de heer [naam partner] en verzoekster met haar beslissing schaadt, hetgeen in strijd is met voornoemd arrest van het gerechtshof Den Haag, dient de rechter met haar beslissing enkel het belang van de bewindvoerder van de heer [naam partner]. Er is dan ook sprake van partijdigheid of vooringenomenheid van de rechter jegens verzoekster. Bovendien schiet de rechter ernstig tekort op het gebied van financiële/fiscale kennis.