Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[verdachte],
- oplegging aan de verdachte van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.
van) de woning en naastgelegen woningen, en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van de in brand gestoken woning en bewoners van naastgelegen woningen, te duchten was.
verklaring van [getuige]);
relaas van de verbalisanten forensische opsporing);
verklaring van [aangever 1]);
verklaring van [aangever 2]);
medische informatievan Forensisch Artsen Rotterdam Rijnmond d.d. 22 februari 2013, betreffende [slachtoffer].
in het geheelniet heeft kunnen voorzien wordt het volgende overwogen. Het uitgangspunt is dat een ieder in meerdere of mindere mate in staat moet worden geacht de in het verschiet liggende gevolgen van zijn handelen te overzien. Op basis van de indruk die de rechtbank op drie achtereenvolgende terechtzittingen omtrent de persoon van de verdachte heeft gekregen is zij niet tot de conclusie gekomen dat die capaciteit bij de verdachte volledig afwezig is zijn geweest. Tegen de achtergrond van één en ander biedt de inhoud van het omtrent de verdachte opgemaakte rapport van het Pieter Baan Centrum (PBC), waarin staat vermeld dat
betwijfeldkan worden of de verdachte zich de mogelijke gevolgen van haar handelwijze heeft gerealiseerd, onvoldoende grond voor de tegengestelde (en verstrekkende) conclusie.
gevangenisstrafvoor de duur van
12 maanden;