Eiser kreeg een bestuurlijke boete en last onder dwangsom opgelegd wegens illegale uitzendingen in de FM-omroepband. Verweerder stuurde een waarschuwingsbrief over aangepast beleid, gedrukt door Rijksdrukker en aangeboden aan PostNL. Eiser betwistte ontvangst van deze brief.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet met voldoende zekerheid kon aantonen dat de waarschuwingsbrief daadwerkelijk aan eiser was verzonden. De procedure van verzending via een grote mailing en het ontbreken van bewijs dat alle brieven aan PostNL zijn aangeboden, maakten dit onduidelijk.
Omdat eiser niet op de hoogte kon zijn van de gewijzigde aanpak zonder ontvangst van de brief, was het opleggen van de boete en last onterecht. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd, en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.