ECLI:NL:RBROT:2014:2647
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening moratorium en proceskostenveroordeling
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die verweerster zou verbieden het vonnis tot ontruiming van haar woonruimte ten uitvoer te leggen. Dit verzoek volgt op eerdere afwijzingen en een niet-ontvankelijkverklaring wegens het niet naleven van medewerkingsplicht in het minnelijk traject.
De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie omdat ontruiming is aangekondigd. Echter, de huurachterstand is toegenomen en verzoekster heeft niet aangetoond dat zij haar medewerkingsplicht is nagekomen of dat het minnelijk traject opnieuw wordt opgestart. Het eerdere verzoek werd reeds afgewezen vanwege onvoldoende aannemelijkheid van een kansrijke buitengerechtelijke regeling.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren zwaarder weegt dan het belang van verzoekster om in de woning te blijven. Daarom wordt het verzoek afgewezen en verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. Tevens wordt verzoekster veroordeeld in de proceskosten van € 904,- vanwege het nodeloos opstarten van deze procedure.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen en verzoekster wordt veroordeeld in de proceskosten.