ECLI:NL:RBROT:2014:2652
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende inspanningsverplichting
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, waarbij hij een schuldenlast van ruim €47.000,- opgeeft en een WWB-uitkering ontvangt. De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan van zijn schulden, mede vanwege recidive in fraudeschulden bij de sociale dienst en onduidelijkheid over boetes bij het CJIB.
Daarnaast zijn er consumptieve schulden ontstaan die niet noodzakelijk waren en waarvan verzoeker had moeten beseffen dat afbetaling niet mogelijk was. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij zich zal inspannen om baten voor de boedel te verwerven, onder meer door het nalaten van sollicitaties en onvoldoende onderbouwing van zijn arbeidsverplichtingen.
De rechtbank constateert verder dat verzoeker de balans tussen inkomsten en uitgaven niet geheel onder controle heeft, wat blijkt uit onbetaalde vaste lasten. Gezien deze omstandigheden wordt het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende aannemelijkheid van inspanning.