Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- de brief van de gemachtigde van [verzoekster] d.d. 10 maart 2014, met producties;
- het verweerschrift, met producties.
2.De vaststaande feiten
Uitgangspunten
- geen enkele vorm van informatie geeft/en of acquisitie pleegt mbt werkzaamheden van uw vrouw naar collega’s en werkgestraften, maar ook niet naar andere betrokkenen in het werkproces en daaraan verbonden justitieketen;
- geen nevenwerkzaamheden verricht tijdens ziekte of inroostering als achterwacht en hierover volledig openheid geeft;
- geen enkele vorm van vermenging van privé en zakelijke belang plaatsvindt.
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling van de vordering
In september 2010 heeft Reclassering Nederland ([verzoekster]) de kantonrechter verzocht om uw arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens veranderingen in de omstandigheden. De kantonrechter heeft dit verzoek, tot teleurstelling van [verzoekster], afgewezen.”. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [verzoekster] er hiermee blijk van gegeven dat zij [verweerder] nog steeds niet geloofde, waardoor zij het pijnpunt heeft laten doorwoekeren. Dit levert een verwijt in de hiervoor onder 5.4. genoemde zin op.
15 oktober 2013 hebben verzocht om onderzoek te doen naar mogelijk (strafrechtelijk) verwijtbaar handelen van [A] en [B]. De kantonrechter oordeelt hieromtrent als volgt. In zijn arrest van 26 oktober 2012 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het uitgangspunt is dat een werknemer zijn vermoeden van een misstand (eerst) intern meldt. Er zijn uitzonderingen op dit uitgangspunt, zoals de situatie dat voor de werknemer een regeling geldt waaruit volgt dat de melding van een misstand anders dan intern dient te geschieden of indien van een interne melding niets verwacht mag worden omdat de directie van de misstand op de hoogte is en er niets aan doet (NJ 2013/220), maar gesteld noch gebleken is dat dit in de onderhavige zaak aan de orde is. [verzoekster] heeft gesteld dat [verweerder] zich, toen hij zich niet kon verenigen met de uitkomst van het onderzoek van Bureau Hoffmann, op grond van artikel 4.1. van de Klokkenluidersregeling had moeten richten tot de Raad van Toezicht van [verzoekster]. Verwijzend naar de als productie 26 bij het verzoekschrift overgelegde brief van de Klokkenluiders aan de Raad van Toezicht van [verzoekster] d.d 28 september 2012 stelt [verweerder] dat hij dit heeft gedaan. In de brief staat immers “
Ook bij het hoger management werd officieel melding gemaakt van de wanorde die er op de werkvloer heerste. Nadat klagers volgens de hiërarchische weg binnen de organisatie melding hadden gemaakt van de heersende wanorde en misstanden, werden deze op teleurstellende wijze afgehandeld.” en de op de misstanden betrekking hebbende bijlagen waren bijgevoegd om de Raad van Toezicht te laten zien dat het onderzoek niet deugde, aldus [verweerder]. De kantonrechter kan [verweerder] niet in zijn stellingen volgen. Hoewel de Klokkenluiders de gang van zaken rond de melding van de misstanden in de brief van 28 september 2012 aan de Raad van Toezicht uiteenzetten, formuleren zij de klacht als volgt:
- Handelen in strijd met basale voorwaarden met betrekking tot het aangaan van mediation.
- Het in samenspanning met de mediator schenden van de professionele richtlijnen en regels bij de aanvang (start) en uitvoering van een mediation tussen [B] en [F].
- Belangenverstrengeling, verwijtbare samenspanning en uitoefening van ongeoorloofde dwang.
- Het samenspannen met een niet onafhankelijke en onbetrouwbare mediator.