ECLI:NL:RBROT:2014:3069
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit dagloonvaststelling UWV wegens onjuiste referteperiode Wazo
Eiseres heeft een zwangerschaps- en bevallingsuitkering aangevraagd bij het UWV, dat het dagloon voor de uitkering vaststelde op basis van de maand februari 2013 als referteperiode. Volgens eiseres had de gewijzigde regeling van artikel 3:13, tweede lid, van de Wet arbeid en zorg (Wazo) al per 1 januari 2013 moeten gelden, terwijl het UWV dit pas vanaf 1 juni 2013 toepaste.
De rechtbank onderzocht de wetgeving en constateerde dat door een omissie in het inwerkingtredingsbesluit artikel 3:13, tweede lid, van de Wazo formeel per 1 januari 2013 in werking trad, ondanks dat de bedoeling was dit pas per 1 juni 2013 te laten ingaan. De minister erkende deze omissie en verzocht het UWV het oude regime tot 1 juni 2013 toe te passen.
De rechtbank oordeelde dat de tekst van de wet leidend is en dat het gewijzigde artikel onverkort vanaf 1 januari 2013 geldt. Het UWV heeft daardoor een onjuiste referteperiode gehanteerd. Wel geldt dat het UWV het meest gunstige resultaat voor eiseres moet toepassen. Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV krijgt opdracht een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak.