ECLI:NL:RBROT:2014:3109
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw door onrechtmatig handelen en te lichtvaardig schulden aangaan
Verzoeker heeft op 19 december 2013 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting van 28 maart 2014 is verzoeker gehoord. De schuldenlast bedraagt ruim €1,28 miljoen. De rechtbank beoordeelt of verzoeker te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
De rechtbank constateert dat verzoeker een schuld aan Eneco heeft laten ontstaan door het kweken van wiet in zijn verhuurde woning, waarvoor hij en zijn partner verantwoordelijk zijn. Daarnaast zijn er schulden uit ondernemingen wegens onrechtmatig handelen jegens derden waarvoor verzoeker door de rechtbank is veroordeeld. Tevens is er een aanzienlijke belastingschuld ontstaan uit een beëindigde samenwerking, waarbij verzoeker verwijt treft wegens onvoldoende toezicht op financiële gegevens.
Verder heeft verzoeker zonder schriftelijke toezegging beveiligingsbedrijven ingeschakeld terwijl hij al grote schulden had, en recente boetes van het CJIB zijn niet te goeder trouw ontstaan. Gelet op deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verzoeker niet te goeder trouw is geweest en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens ontbreken van goede trouw bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden.