Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het verzoek betrof onder meer afschriften van interne handleidingen van het UWV.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar van eiser een verzoek tot besluit op grond van de Wob bevatte en dat verweerder niet tijdig heeft beslist binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken. De beslissing op bezwaar van 12 september 2013 was onbevoegd genomen en kan niet gelden als besluit op het Wob-verzoek.
Verweerder voerde onder meer aan dat het verzoek niet betrekking had op een bestuurlijke aangelegenheid en dat eiser misbruik van recht maakte, maar deze verweren werden door de rechtbank verworpen. De rechtbank stelt vast dat eiser tijdig verweerder in gebreke heeft gesteld en dat geen gronden voor uitsluiting van de dwangsom aanwezig zijn.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit, stelt de dwangsom vast op het maximum van €1.260,- en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser.