Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 september 2013
- de conclusie van antwoord
- het tussenvonnis van 29 januari 2014
- het proces-verbaal van comparitie van 4 maart 2014.
2.De feiten
zonder dat enige ingebrekestelling vereist is, ten behoeve van de gemeente een dadelijk opeisbare boete verschuldigd van vijfhonderd duidend gulden (f 500.000,--) per overtreding.
8 en 9 als kettingbeding op te leggen en daarbij dezelfde boeten ten behoeve van de gemeente te bedingen.
3.Het geschil
4.De beoordeling
- griffierecht € 589,00
- kosten advocaat