ECLI:NL:RBROT:2014:3591
Rechtbank Rotterdam
- Op tegenspraak
- J.J.I. de Jong
- E.M.M. Engbers
- S. Euwema
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting in Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verkrachting op 4 april 2003 in een club te Rotterdam. De aangeefster verklaarde dat zij tegen haar wil seksueel was binnengedrongen zonder condoom, terwijl verdachte stelde dat alle handelingen met wederzijdse instemming plaatsvonden.
De officier van justitie vond het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, mede steunt op de verklaring van de aangeefster en blauwe plekken die bij haar waren vastgesteld. De verdediging betoogde dat de verklaring van de aangeefster op onderdelen ongeloofwaardig was en dat de blauwe plekken ook door ander contact konden zijn ontstaan.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de verkrachting wettig en overtuigend vast te stellen. De letselbeschrijving toonde blauwe plekken, maar gezien de verklaring dat de aangeefster snel blauwe plekken krijgt, was dit onvoldoende om het scenario van de aangeefster te bevestigen. Er was geen ander steunbewijs aanwezig.
De verdachte werd daarom vrijgesproken van het ten laste gelegde. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot immateriële schadevergoeding omdat geen straf of maatregel was opgelegd. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten van de verdediging, begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van verkrachting.