Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
mr. M.G.L. de Vette, rechter in de rechtbank Rotterdam, sector publiekrecht, team Bestuursrecht 1 (hierna: de rechter).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken is bij bestuursrechtelijke beroepsprocedures. Zij stelde dat de rechter onpartijdig zou zijn vanwege eerdere uitspraken in soortgelijke zaken en de wijze van bejegening tijdens een eerdere zitting. Verzoekster voerde aan dat de rechter vooringenomen was en het dossier onvolledig had bestudeerd.
De rechtbank heeft het verzoek inhoudelijk onderzocht. De wrakingskamer kon niet vaststellen dat de rechter zich onpartijdig had gedragen tijdens de eerdere zitting, mede omdat het proces-verbaal van die zitting niet was overgelegd en verzoekster zelf destijds geen aanleiding zag om te wraken. Ook het feit dat verzoekster het niet eens is met eerdere uitspraken van de rechter en daartegen hoger beroep heeft ingesteld, vormt op zichzelf geen grond voor wraking.
De rechtbank benadrukte dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor het tegendeel. Deze aanwijzingen ontbraken in deze zaak. De wrakingsverzoeken zijn daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 7 mei 2014, waarbij ook de griffier aanwezig was.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor onpartijdigheid.