Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2014:4417

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 april 2014
Publicatiedatum
2 juni 2014
Zaaknummer
C/10/444692 / FT EA 14/390
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FaillissementswetArt. 285 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toelating tot schuldsaneringsregeling wegens overbesteding en onvoldoende inspanning

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van ruim €20.000 en een inkomen uit een WWB-uitkering. Zij is alleenstaand en heeft zorg over vier kinderen.

De rechtbank beoordeelt dat verzoekster niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan van haar schulden. Zij heeft in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek verplichtingen aangegaan waarvan zij wist of had moeten weten dat zij deze niet kon nakomen. Dit blijkt onder meer uit recente schulden bij diverse bedrijven en het Centraal Justitieel Incassobureau, waaronder openstaande boetes.

Verzoekster heeft verklaard dat de boetes veroorzaakt zijn door haar zoon, die met haar toestemming auto's op haar naam heeft staan. De rechtbank oordeelt dat zij na de eerste boete actie had moeten ondernemen, wat zij heeft nagelaten. Daarnaast heeft zij onvoldoende sollicitaties overlegd ondanks duidelijke aansporingen, waardoor de rechtbank twijfelt aan haar inzet om werk te vinden tijdens de regeling.

Gelet op deze omstandigheden wordt het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens overbesteding, openstaande boetes en onvoldoende sollicitatie-inspanningen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 24 april 2014
[naam],
[adres]
[woonplaats],
verzoekster.

1.De procedure

Verzoekster heeft op 12 februari 2014 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoekster is gehoord ter terechtzitting van
17 april 2014. De uitspraak is bepaald op heden.

2.De feiten

Verzoekster is alleenstaand en heeft de zorg over drie minderjarige kinderen en één meerderjarig kind. Het inkomen van verzoekster bestaat uit een WWB-uitkering. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring van artikel 285 van Pro de Faillissementswet
€ 20.096,66.

3.De beoordeling

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat verzoekster ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden, in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster in bedoelde periode verplichtingen is aangegaan waarvan verzoekster wist of behoorde te weten dat zij deze niet kon nakomen. Ook in 2013 zijn er op deze wijze nog diverse schulden ontstaan. De rechtbank noemt in dit verband de schulden aan T-Mobile Netherlands BV (€ 32,24), Home Shopping Service (€ 158,91), Electrolux (€ 240,33), KPN B.V. (€ 653,07). Bovengenoemde schulden duiden op overbesteding. Tevens wijzen deze schulden erop dat het overbestedingsprobleem – ondanks het feit dat verzoeksters budget wordt beheerd – nog niet onder controle is.
Tevens blijkt uit de schuldenlijst van verzoekster dat zij schulden heeft aan het Centraal Justitieel Incassobureau van € 2.742,47. Uit het overzicht van het Centraal Justitieel Incassobureau met peildatum 27 maart 2014 blijkt dat verzoekster thans nog openstaande boetes heeft voor een totaalbedrag van € 869,00. De boetes betreffen een drietal verkeersovertredingen. Verzoekster heeft ter terechtzitting verklaard dat alle boetes zijn veroorzaakt door haar zoon. Haar zoon heeft twee auto’s, met haar toestemming, op haar naam gezet. Haar zoon heeft vervolgens met deze auto’s boetes laten ontstaan. De rechtbank is van oordeel dat verzoekster in ieder geval na één boete actie had kunnen en moeten ondernemen. Dit heeft zij echter verzuimd. Aldus is zij niet te goeder trouw ten aanzien van het ontstaan van de boetes. Dit wordt niet anders door de omstandigheden dat verzoekster deze schuld van € 2.742,47 heeft weten terug te brengen naar € 869,00. De aflossingen op de boetes zijn immers ten koste gegaan van de andere schuldeisers, die hierdoor geen (gedeeltelijke) aflossingen hebben mogen ontvangen.
Tenslotte heeft verzoekster, ondanks de duidelijke aansporing daartoe in de bijlage bij de oproepingsbrief, te weinig sollicitaties overgelegd. Deze omstandigheden maakt dat de rechtbank niet de volle overtuiging heeft dat verzoekster – die naar eigen zeggen al zes jaar lang vruchteloos op zoek is naar werk – gedurende de schuldsaneringsregeling zich tot het maximale zal inspannen om fulltime betaald werk te vinden.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt daarom afgewezen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van Spengen, rechter, en in aanwezigheid van
N.A.L. Westerhuis, griffier in het openbaar uitgesproken op 24 april 2014. [1]