ECLI:NL:RBROT:2014:4419
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende inspanning tot werk
Verzoekster, een alleenstaande met twee kinderen en een WWB-uitkering, diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met een schuldenlast van €24.047,09. De rechtbank beoordeelde het verzoek op 24 april 2014.
Uit het dossier bleek dat verzoekster in 2008 een schuld aan de Belastingdienst had laten ontstaan van €13.230,00, welke betrekking had op ten onrechte ontvangen kinderopvangtoeslag over 2011. Ondanks kennis van het onrechtmatig karakter van de toeslag, bleef zij deze ontvangen en gebruikte het geld voor andere doeleinden, wat niet te goeder trouw is. Daarnaast ontstonden tussen 2011 en 2013 extra schulden van €4.690,00 door het nalaten van aangifte inkomstenbelasting, eveneens niet te goeder trouw.
De rechtbank oordeelde verder dat verzoekster onvoldoende blijk gaf van inspanning om een fulltime baan te vinden en daarmee haar schuldeisers tegemoet te komen. Hierdoor achtte de rechtbank niet aannemelijk dat zij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zou nakomen.
Op grond van deze overwegingen wees de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende inspanning om werk te vinden.