Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
,
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster, een besloten vennootschap, verzocht om wraking van kantonrechter Japenga omdat haar gemachtigde te laat was voor een comparitie van partijen op 1 mei 2014. De gemachtigde had de rechtbank telefonisch geïnformeerd over zijn vertraging door verkeersproblemen, maar werd uiteindelijk niet toegelaten tot de zitting en werd vonnis bepaald zonder zijn aanwezigheid.
De kantonrechter stelde dat verzoekster meerdere malen uitstel had gekregen om een conclusie van antwoord te nemen, maar dit niet had gedaan, waardoor een akte niet dienen was verleend. De comparitie was gelast om procedurele miscommunicaties te bespreken, niet om de inhoud van de zaak te behandelen. De kantonrechter wachtte enige tijd op de gemachtigde, maar besloot toen de zitting te sluiten.
De wrakingskamer oordeelde dat de kantonrechter de orde en regie tijdens de zitting mocht bepalen en dat het niet tijdig verschijnen van de gemachtigde een ordemaatregel rechtvaardigde. Er waren geen aanwijzingen dat de kantonrechter vooringenomen was of dat het recht op hoor en wederhoor was geschonden. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter Japenga wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.