Uitspraak
[Verdachte],
of omstreeksde periode van
6 juni 2013 tot en met
7 juni 2013 te Rotterdam opzettelijk en met voorbedachten rade,
in elk geval opzettelijk,een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en
al dan nietna kalm beraad en rustig overleg,
(met kracht)
(daarbij) (vervolgens)de mond en
/ofneus van die [slachtoffer]
(met tape
)afgeplakt
, althans de mond en/of neus van die [slachtoffer] (gedurende lange(re) tijd) afgesloten (gehouden)en
/of
(vervolgens) (met een touw
)de handen
en/of (onder)armenvan die [slachtoffer] op de rug vastgebonden/samengebonden en
/of (daarbij)die [slachtoffer] in de buikligging gepositioneerd ten gevolge waarvan die [slachtoffer] geen/weinig, althans onvoldoende zuurstof kon inademen/verwerken,
moord
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren;
de vordering van de benadeelde partij [benadeelde I], wonende te Rotterdam, toe tot een bedrag van
€ 5.009,40en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€5009,40 (hoofdsom
vijfduizend negen euro en veertig cent), beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van
€ 5009,40vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
60 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.