ECLI:NL:RBROT:2014:4908
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing afwijzing WWB-aanvraag wegens niet vaststellen recht op bijstand
Verzoeker diende op 13 augustus 2013 een aanvraag om bijstand in, die werd afgewezen omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld vanwege ontbrekende gegevens. Na een bezwaarprocedure en een nieuwe aanvraag op 9 december 2013, die eveneens werd afgewezen, verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat ondanks het ontbreken van bepaalde documenten en onduidelijkheden over bankstortingen, het recht op bijstand niet op voorhand kon worden uitgesloten. Verzoeker had een spoedeisend belang omdat hij niet over bestaansmiddelen beschikte en een negatief banksaldo had. Ter zitting verklaarde verzoeker dat hij bij zijn oom inwoonde zonder huur te betalen en dat hij recentelijk tegen geringe beloning had gewerkt. De voorzieningenrechter besloot het bestreden besluit en het primaire besluit te schorsen vanaf 29 april 2014 tot de uitspraak in de hoofdzaak of tot de heroverweging van de nieuwe aanvraag was afgerond. Gedurende deze periode moet verweerder voorschotten verstrekken op basis van de norm voor een alleenstaande zonder woonkosten. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit en het primaire besluit worden geschorst en voorschotten worden verstrekt tot uitspraak in de hoofdzaak of heroverweging.