Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
STICHTING WOONBRON,
1.Het procesverloop
2.De vaststaande feiten
3.De vordering
4.De beoordeling van het geschil
€ 1.158,- +(2 punten à tarief III à € 579,-)
Rechtbank Rotterdam
Woonbron, een woningcorporatie, vordert van de eigenaar een boete wegens overtreding van artikel 2 van Pro de Maatschappelijk Gebonden Eigendom (MGE) bepalingen, die voorschrijven dat de eigenaar de woning als hoofdbewoner moet bewonen. De eigenaar bezit twee appartementen die onder deze regeling vallen, maar verblijft sinds juli 2012 feitelijk op een ander adres.
De rechtbank stelt vast dat de eigenaar bij de aankoop de indruk wekte dat hij beide appartementen zelf zou bewonen en dat Woonbron deze situatie heeft goedgekeurd. Echter, de eigenaar heeft zijn zoon als hoofdbewoner van een van de appartementen aangemerkt, wat niet is toegestaan. De eigenaar betwist niet dat hij niet zelf in de appartementen woont, maar voert aan dat dit niet aan hem kan worden toegerekend vanwege bedreigingen door zijn zoon.
De rechtbank oordeelt dat de tekortkoming wel aan de eigenaar kan worden toegerekend en dat de boeteclausule van toepassing is. De boete wordt echter gematigd tot 100% van de MGE-waarde van de appartementen omdat toewijzing van de volledige boete zou leiden tot onredelijke gevolgen. Het boetebeding wordt niet als oneerlijk beschouwd, en de eigenaar wordt veroordeeld tot betaling van € 36.426,- plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De eigenaar wordt veroordeeld tot betaling van een gematigde boete van € 36.426,- wegens niet zelf bewonen van de maatschappelijk gebonden eigendommen.