Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 21 augustus 2013.
- de brief van BOOR van 12 november 2013
- de brief van [eiseres] van 19 november 2013
- de brief van [eiseres] van 19 december 2013.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure tussen [eiseres], een besloten vennootschap te Rotterdam, en Stichting BOOR, eveneens gevestigd te Rotterdam, heeft de rechtbank Rotterdam op 21 augustus 2013 een tussenvonnis gewezen waarin aan BOOR bewijsopdrachten zijn gegeven. Deze bewijsopdrachten bevatten bindende eindbeslissingen.
Na het tussenvonnis is een proces-verbaal van politie beschikbaar gekomen dat informatie bevat die relevant kan zijn voor de bewijsopdrachten in het tussenvonnis. Stichting BOOR heeft daarom verzocht om tussentijds hoger beroep toe te staan tegen het tussenvonnis, terwijl [eiseres] betoogde dat niet voldaan was aan de wettelijke voorwaarden voor tussentijds beroep.
De rechtbank overweegt dat het verzoek een uitzondering betreft op de hoofdregel dat hoger beroep tegen tussenvonnissen slechts tegelijk met het eindvonnis is toegestaan. Gezien het belang van BOOR en de relevante nieuwe informatie in het politieproces-verbaal, acht de rechtbank het verzoek gegrond en staat zij tussentijds hoger beroep toe.
Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2014.
Uitkomst: De rechtbank staat tussentijds hoger beroep toe tegen het tussenvonnis van 21 augustus 2013.