Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van een dwangsomverzoek wegens het niet tijdig beslissen op een informatieverzoek. De rechtbank oordeelt dat het griffierecht voor deze bestuursrechtelijke zaak € 165,- bedraagt, terwijl eiser slechts € 45,- betaalde, het tarief voor een belastingzaak.
De rechtbank stelt vast dat het opzettelijk nalaten van volledige betaling omdat men het niet eens is met het geheven tarief, geen verschoonbaar verzuim oplevert. Dit om te voorkomen dat iedereen betaling zou opschorten tot na rechterlijke beslissing, wat de incasso van griffierechten zou frustreren.
Omdat eiser het resterende griffierecht pas na de zitting betaalde, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank bepaalt dat het teveel betaalde bedrag van € 120,- aan eiser wordt terugbetaald.
De inhoudelijke inzet van het beroep betreft een informatieverzoek over de ambtelijke status van hoorders tijdens een hoorzitting over een WOZ-aanslag, wat geen belastingzaak is maar een bestuursrechtelijke zaak anderszins. Daarom is het hogere griffierecht van toepassing.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.