ECLI:NL:RBROT:2014:5932
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring bestuursrechter bij beroep tegen niet tijdig beslissen voorschot Wwb
Verzoeker diende op 12 september 2013 een aanvraag uitkering Wwb in en op 25 oktober 2013 een aanvraag om voorschot. Na uitblijven van een besluit op het voorschotverzoek, diende verzoeker op 7 januari 2014 een beroepschrift en een verzoek om voorlopige voorziening in. Verweerder meldde dat de hoofdaanvraag Wwb op 13 november 2013 was afgewezen, waardoor geen dwangsom verschuldigd was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:5 Awb Pro en de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak geen beroep mogelijk is tegen besluiten op grond van artikel 52 en Pro 81 Wwb, waaronder ook het niet tijdig beslissen valt. De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State en een eerdere uitspraak van rechtbank Zwolle-Lelystad.
Daarom verklaarde de voorzieningenrechter zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het voorschotverzoek en ook van het verzoek om voorlopige voorziening. Verzoeker werd gewezen op de aangewezen weg via artikel 81 Wwb Pro. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening.