ECLI:NL:RBROT:2014:6463
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging maatregel plaatsing in inrichting voor jeugdigen wegens contra-indicatie behandeling en strenge verlofvoorwaarden
De rechtbank Rotterdam behandelde op 26 juni 2014 de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) opgelegd aan de veroordeelde. De maatregel was eerder opgelegd wegens diefstal met geweld en reeds meerdere malen verlengd. Het verlengingsadvies van de inrichting gaf aan dat de behandeling van de veroordeelde contra-geïndiceerd is vanwege onttrekkingen aan behandeling en onvoldoende effect van interventies.
De veroordeelde had sinds augustus 2013 geen verlof genoten en het recidiverisico werd als matig beoordeeld. Het beoogde resocialisatieverlof kon echter niet van de grond komen door de zeer strenge verlofvoorschriften van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, die onder meer vereisten dat de veroordeelde met drie begeleiders en een broekstok op verlof zou gaan. Ook de moeder van de veroordeelde was tegen deze vorm van verlof.
De officier van justitie en de verdediging pleitten voor afwijzing van de verlengingsvordering, omdat verdere verlenging niet in het belang zou zijn van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de veroordeelde. De rechtbank oordeelde dat verlenging slechts kan plaatsvinden indien dit in het belang is van de ontwikkeling van de veroordeelde. Nu het verloftraject niet kan starten en behandeling contra-geïndiceerd is, zou verlenging betekenen dat de veroordeelde drie maanden zonder verlof of behandeling in de inrichting zou doorbrengen.
De rechtbank concludeerde dat verlenging niet in het belang is van de veroordeelde en wees de vordering af. Tegen deze beschikking kan binnen veertien dagen hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel af omdat verlenging niet in het belang is van een gunstige ontwikkeling van de veroordeelde.