ECLI:NL:RBROT:2014:6618
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende betalingsonmacht
Verzoeker diende op 9 april 2014 een verzoekschrift in voor toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting op 8 mei 2014 werd verzoeker gehoord. Verzoeker woont samen en heeft een inkomen uit dienstbetrekking. Zijn schuldenlast bedraagt circa €29.980.
De rechtbank beoordeelt dat toewijzing van de schuldsaneringsregeling alleen mogelijk is indien aannemelijk is dat verzoeker te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. De rechtbank oordeelt dat dit niet het geval is. Verzoeker heeft keuzes gemaakt, zoals samenwonen met zijn vriendin en haar kinderen, waardoor zijn spaarcapaciteit voor schuldeisers is verminderd.
Hoewel het inkomen van verzoeker als alleenstaande toereikend zou zijn om schulden te betalen, is door de gewijzigde gezinssituatie de aflossingscapaciteit verminderd. De vriendin heeft geen inkomsten, wat de situatie verslechtert. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden dat verzoeker niet kan voortgaan met betalen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 288 Faillissementswet.