Eiseres kreeg een boete van €600 opgelegd wegens het niet naleven van de rookvrije werkplek zoals voorgeschreven in artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet. Deze boete werd opgelegd na een controle op 17 maart 2012 waarbij werd vastgesteld dat er werd gerookt op de werkplek. Eiseres stelde beroep in tegen deze boete en voerde aan dat de boete te hoog was omdat zij nog in procedure was over een eerdere boete van €300.
De rechtbank overwoog dat de boetebedragen per 30 augustus 2011 waren verhoogd en dat de boete van €600 op het moment van overtreding het juiste bedrag was. Recidive speelde geen rol in deze zaak. Het feit dat eiseres hoger beroep had ingesteld tegen een eerdere boete, maakte de nieuwe boete niet onjuist of niet van toepassing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de boete van €600. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter C.A. Schreuder op 6 februari 2014.