Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.de gemeente GEMEENTE REEUWIJK,
1.De procedure
- het incidentele vonnis van 5 februari 2014, alsmede de daaraan ten grondslag liggende en daarvoor gewisselde stukken;
- het pleidooi dat heeft plaatsgevonden op 27 mei 2014, de met het oog op die zitting toegezonden brieven alsmede de toen overgelegde pleitnotities aan beide zijden.
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
binnen zes wekenna deze beslissing,
- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken zijn oordeel is gebaseerd,
- de deskundige [eiser2] op het hem toekomende blokkeringsrecht dient te wijzen,
- de rechtbank dient te verwittigen van het inroepen van dat recht door [eiser2],
- de deskundige, als [eiser2] heeft medegedeeld van dat recht geen gebruik te maken, een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
- indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of
- na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eisers] op een termijn van zes weken, waarna [gedaagde] binnen gelijke termijn kan reageren,