Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 april 2014 in de zaak tussen
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Nadin en Durré, ECLI:NL:XX:2005:BF1112) en het arrest van het Hof van 20 november 2001 (
Jany e.a., ECLI:NL:XX:2001:AN6828) - voor beantwoording van de vraag of de werkzaamheden door de vreemdelingen in de hoedanigheid van zelfstandigen zijn uitgevoerd, bepalend of sprake is van activiteiten die zonder gezagsverhouding zijn uitgeoefend, waarbij de vraag of de werkzaamheden onder eigen verantwoordelijkheid worden uitgeoefend een rol speelt en voorts de feitelijke situatie van belang is.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond,
- vernietigt de bestreden besluiten,
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten, hetgeen in dit geval inhoudt dat de bezwaren gegrond worden verklaard en de primaire besluiten worden herroepen,
- bepaalt dat verweerder aan eiseressen het door ieder van hen betaalde griffierecht van € 318,- vergoedt,
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1948,- aan eiseres 1 en 2 tezamen en € 1948,- aan eiseres 3, te betalen aan eiseressen.